Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 december 2025, met bijlagen;
- het antwoord van [gedaagde 2] ;
- de akte van Van der Waal van 30 maart 2026, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil over huurachterstand en een opslagbeding in een huurovereenkomst tussen Van der Waal Holding B.V. en twee gedaagden die een woning huren in Oud-Beijerland. Van der Waal vorderde betaling van een huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De kantonrechter oordeelde dat het opslagbeding in de huurovereenkomst oneerlijk is omdat het een jaarlijkse huurverhoging tot 5% boven de inflatie toestaat zonder voldoende motivering. Dit beding werd vernietigd, waardoor de huurachterstand na correctie volledig was ingelopen. De resterende schuld betrof alleen nog incassokosten en rente.
Van der Waal's vordering tot ontbinding en ontruiming werd afgewezen omdat de achterstallige huur inmiddels volledig was betaald, de resterende schuld minder dan een maand huur bedroeg en de lopende huur werd voldaan. Gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 1.040,63 en de proceskosten van € 1.353,90. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het opslagbeding wordt vernietigd, de huurachterstand is volledig ingelopen, en ontbinding en ontruiming worden afgewezen; gedaagden moeten kosten en rente betalen.