ECLI:NL:RBROT:2026:6304
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toekenning bijstandsuitkering wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiser heeft een bijstandsuitkering aangevraagd met een gewenste ingangsdatum van 13 november 2024, de dag waarop hij uit detentie kwam. Het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee kende de uitkering toe per 4 december 2024, de datum van de aanvraag. Eiser betoogde dat vanwege zijn persoonlijkheidsproblematiek en resocialisatieproblemen hij niet in staat was eerder een aanvraag te doen en dat hem daardoor uitkering met terugwerkende kracht moest worden toegekend.
De rechtbank stelt vast dat volgens artikel 44 van Pro de Participatiewet de bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet vóór de dag van melding of aanvraag. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen hiervan afwijken. De rechtbank oordeelt dat eiser geen concrete omstandigheden heeft aangevoerd die rechtvaardigen dat hij zich niet eerder kon melden, mede omdat hij ondersteuning kreeg van Stichting MEE en een bewindvoerder.
Omdat eiser niet op de zitting is verschenen om zijn stellingen nader toe te lichten, concludeert de rechtbank dat het college terecht de ingangsdatum van 4 december 2024 heeft gehanteerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt toegekend per datum aanvraag en het beroep wordt ongegrond verklaard.