ECLI:NL:RBROT:2026:6414
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en toepassing kostendelersnorm
Eiseres ontving sinds 2010 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Na een fraudemelding over het samenwonen met een kostendelende medebewoner, [persoon A], startte de gemeente Rotterdam een onderzoek. Uit verklaringen van eiseres en derden bleek dat [persoon A] sinds 2016 bij haar woonde, maar niet was ingeschreven vanwege de uitkering.
Het college herzag daarop de uitkering over de periode 1 oktober 2019 tot 30 juni 2024 en vorderde €17.578,46 terug wegens te veel ontvangen bijstand. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het college onvoldoende bewijs had geleverd en dat er sprake was van een crisissituatie die afstemming op grond van artikel 18 Pw Pro rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat [persoon A] zijn hoofdverblijf bij eiseres had, dat de kostendelersnorm terecht werd toegepast en dat eiseres de inlichtingenplicht had geschonden. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de terugvordering, omdat geen bijzondere omstandigheden waren die afstemming rechtvaardigden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd.