Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] , met bijlagen;
- het verweerschrift van [verweerster] .
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker trad op 23 januari 2023 in dienst bij verweerster op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die stilzwijgend werd verlengd en uiteindelijk leidde tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Tijdens een periode van tijdelijk werken bij een ander bedrijf, dat als opvolgend werkgever werd aangemerkt, bleef verzoeker feitelijk onder leiding van verweerster werken.
Op 17 september 2025 werd verzoeker zonder geldige reden per direct niet meer opgeroepen om te werken, wat de kantonrechter kwalificeert als een onregelmatige en niet rechtsgeldige opzegging door verweerster. Verzoeker heeft zich niet verzet tegen het ontslag, maar vordert een verklaring voor recht en diverse vergoedingen.
De kantonrechter oordeelt dat verzoeker recht heeft op een billijke vergoeding van €3.000,00 bruto, een transitievergoeding van €2.556,32 bruto, een gefixeerde schadevergoeding van €3.941,33 bruto wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn, en achterstallig loon over een vakantieperiode van €2.041,76 bruto plus wettelijke verhoging en rente. De overige vorderingen worden afgewezen. Verweerster wordt veroordeeld in de proceskosten en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verweerster is veroordeeld tot betaling van billijke vergoeding, transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en achterstallig loon wegens onregelmatig ontslag.