7.2Schulden die zijn ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser, worden overgenomen.Zogenoemde informele schulden, die niet zijn ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser, worden alleen overgenomen indien deze zijn vastgelegd in een notariële akte of blijken uit een rechterlijke uitspraak.
8. De rechtbank zal per schuld beoordelen of de minister de aanvraag tot overname terecht heeft afgewezen.
De schuld aan AMC&A Langeland B.V.
9. Op 5 september 2016 hebben AMC&A Langeland B.V. (hierna: AMCA) en True Line Holding B.V. (hierna: True Line) een overeenkomst gesloten waaruit volgt dat AMCA aan True Line een lening heeft verstrekt van € 250.000,-. Uit een addendum van 30 april 2020 volgt dat de leensom is aangepast naar € 555.037,-. Bij overeenkomst van diezelfde datum (met als partijen eiseres, AMCA en haar bestuurder en enig aandeelhouder [persoon B] ) heeft AMCA haar aandelen in True Line verkocht aan eiseres voor € 1,- en heeft eiseres zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schuld van True Line aan AMCA. In april 2021 is True Line ontbonden door middel van een zogenoemde turboliquidatie.
10. In de overeenkomst van 30 april 2020 over de aandelenoverdracht staat onder meer:
“3 AMCA zal de lening nu niet opeisen en zij is bereid om een nieuw aflossingsschema overeen te komen.
4 [naam eiseres] stelt zich hoofdelijk aansprakelijk voor de lening die AMCA heeft verstrekt aan TLH.”
Hieruit volgt dat eiseres naast True Line aangesproken kan worden voor aflossing van de lening. Een schuld komt echter pas voor overname op grond van de Wht in aanmerking als deze voor 1 juni 2021 opeisbaar is geworden. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat aan dit vereiste is voldaan. Uit de overeenkomst van 30 april 2020 over de aandelenoverdracht blijkt dat de lening nog niet zal worden opgeëist maar dat de partijen bij de overeenkomst nadere afspraken zullen maken over een aflosschema. Niet gebleken is dat dit is gebeurd, althans niet dat dit voor 1 juni 2021 is gebeurd. Het enkele feit dat True Line in april 2021 is ontbonden, zegt nog niet dat daarmee de schuld ten opzichte van eiseres opeisbaar is geworden. Omdat niet is gebleken dat aan het vereiste van opeisbaarheid is voldaan, heeft de minister deze schuld terecht niet overgenomen. De vraag of de schuld als informeel moet worden gezien, hoeft niet te worden beantwoord.
De schuld aan Elinat Holdings B.V.
11. True Line heeft in 2018 geldbedragen ter beschikking gesteld gekregen van Elinat Holdings B.V. Het betreft de volgende bedragen: op 30 november 2018 € 2.000,-, op 5 december 2018 € 18.000,- en op 10 december 2018 € 5.000,-. Volgens een “Akte van contractsovername onder borgstelling en achterstelling” van 1 mei 2020 (met als partijen Elinat Holdings B.V., eiseres en True Line en aan haar gelieerde vennootschappen) is in dit verband op 3 december 2018 een overeenkomst van geldlening gesloten tussen Elinat Holdings B.V. enerzijds en True Line en aan haar gelieerde vennootschappen anderzijds. In de genoemde akte van 1 mei 2020 heeft eiseres de schuld aan Elinat Holdings B.V. overgenomen van True Line (en de aan haar gelieerde vennootschappen).
In deze akte staat onder meer:
“Artikel 1
Schuldenaar draagt de Schuld en de daaraan verbonden (neven)rechten en plichten middels deze akte over aan Schuldovernemer die harerzijds deze schuld en de daaraan verbonden
(neven)rechten en plichten aanvaardt.
(..)
Artikel 4
Schuldovernemer zal binnen drie maanden aan schuldeiser een afbetalingsschema ter
goedkeuring aanbieden, volgens welke de Schuld in maximaal 5 jaar zal zijn afbetaald.”
12. Gelet op artikel 4 van de akte was het de bedoeling van partijen dat nog nadere afspraken zouden worden gemaakt over de afbetaling van de schuld binnen vijf jaar (dus vóór 1 mei 2025). Niet gebleken is dat hieraan invulling is gegeven, bijvoorbeeld door middel van een afbetalingsschema. Onder deze omstandigheden is niet aannemelijk geworden dat is voldaan aan het vereiste van opeisbaarheid voor 1 juni 2021. De minister heeft deze schuld daarom terecht niet overgenomen. De vraag of de schuld als informeel moet worden gezien, hoeft niet te worden beantwoord.
De schuld aan [persoon C]
13. [persoon C] (hierna: [persoon C] ) is volgens eiseres van 1 juli 2018 tot en met 15 december 2020 in dienst geweest bij True Line Webshop B.V., een dochtervennootschap van True Line. Volgens een door eiseres overgelegde vaststellingsovereenkomst van 15 december 2020 (waarbij True Line Webshop B.V. is vertegenwoordigd door eiseres) is het dienstverband per 15 december 2020 beëindigd. In de vaststellingsovereenkomst staat onder meer:
“Werkgever zal binnen een redelijke termijn een eindafrekening van het nog te betalen salaris inclusief opgebouwde vakantiegelden opmaken en een regeling tot betaling daarvan voorstellen. Gezien de krappe financiële situatie en de aankomende liquidatie van het bedrijf zijn er geen mogelijkheden om dit op korte termijn in te lopen. Vanwege dit risico is werkgever bereid zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen zodat werknemer ervan verzekerd is dat zij uiteindelijk haar achterstallige loon zal ontvangen.”
14. Hoewel in de vaststellingsovereenkomst True Line Webshop B.V. als “werkgever” is aangemerkt, begrijpt de rechtbank dat het eiseres is geweest die zich hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor het loon dat [persoon C] nog tegoed had van haar werkgever True Line Holding B.V. De minister heeft dit ook zo opgevat.
15. De schuld van eiseres aan [persoon C] is niet ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser. [persoon C] is immers geen kredietverstrekker. Het betreft dus een informele schuld. Zoals hiervoor in 7.2 is overwogen, wordt een informele schuld alleen overgenomen als deze is vastgelegd in een notariële akte of blijkt uit een rechterlijke uitspraak. Dat is bij deze schuld niet het geval. Deze schuld kan daarom in beginsel niet worden overgenomen.
16. Er kunnen zich bijzondere situaties voordoen waarin het vasthouden aan de eis van een notariële akte als bewijs voor het bestaan van een informele schuld en daarover gemaakte betalingsafspraken zodanig onbillijk is dat de hardheidsclausulekan worden toegepast. Van zo’n situatie kan bijvoorbeeld sprake zijn als aan het bestaan van een informele schuld gelet op andere authentieke documenten redelijkerwijs niet valt te twijfelen.In dit geval kan naar het oordeel van de rechtbank echter niet gezegd worden dat aan het bestaan (en de omvang) van de schuld redelijkerwijs niet valt te twijfelen. Volgens eiseres bedraagt de schuld aan [persoon C] € 20.842,12, maar dit bedrag blijkt niet uit de vaststellingsovereenkomst. Eiseres heeft loonstroken overgelegd van juni 2019 en over de periode van augustus 2019 tot en met november 2020. Volgens eiseres tellen deze loonstroken op tot het bedrag van € 20.842,12. Nergens blijkt echter uit dat het loon over de desbetreffende maanden niet (gedeeltelijk) door de werkgever is uitbetaald. Hierbij is van belang dat het in het algemeen niet voor de hand ligt dat een werknemer in dienst blijft als deze vijftien maanden lang in het geheel geen salaris ontvangt. Al met al bestaat over (de omvang van) deze vordering te veel twijfel. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de minister ten aanzien van deze schuld met toepassing van de hardheidsclausule voorbij had moeten gaan aan het vereiste van een notariële akte of rechterlijke uitspraak.
(Verdere) toepassing van de hardheidsclausule
17. Ook verder ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen.Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
18. De minister kan afwijken van artikel 4.1 van de Wht voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Deze hardheidsclausule kan worden toegepast in bijzondere situaties, waarbij toepassing van de bepaling gelet op de ratio ervan onbillijk uitpakt of wanneer sprake is van schrijnende omstandigheden waardoor toepassing van de wettelijke bepaling achterwege moet blijven. Bij schrijnende omstandigheden kan worden gedacht aan serieuze en structurele financiële nood, aan ernstige medische omstandigheden, of aan andere ontwrichtende persoonlijke omstandigheden. Het moet gaan om actuele omstandigheden die samenhangen met (de gevolgen van) de weigering om de schulden over te nemen.
19. Eiseres heeft betoogd dat zij door de schulden geen nieuwe start kan maken. Als de schulden niet overgenomen worden, blijft zij in een uitzichtloze situatie zitten. Eiseres heeft er hierbij op gewezen dat zij een kind van nog maar twee jaar oud heeft. Ook wil zij haar bedrijf niet kwijt.
20. Eiseres werkt als zelfstandige in een salon. Hoewel eiseres geen inkomensgegevens heeft overgelegd, kan zij naar eigen zeggen op dit moment haar huur betalen en ook verder in haar levensonderhoud voorzien. Er lopen op dit moment geen incassomaatregelen. Deze dreigen volgens eiseres echter wel als de schulden niet worden overgenomen. Het is begrijpelijk dat deze situatie zwaar op eiseres drukt. De schulden zijn fors. Het mag naar het oordeel van de rechtbank echter van eiseres worden verwacht dat zij via reguliere schuldsanering probeert van haar schulden af te komen. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat zij een schuldsaneringstraject niet ziet zitten omdat dan van haar zal worden gevraagd om haar onderneming op te geven. De rechtbank begrijpt dat eiseres haar bedrijf niet kwijt wil, maar overweegt dat er zowel tijdens een schuldhulpverleningstraject bij de gemeente als gedurende een eventuele wettelijke schuldsaneringsregeling, onder voorwaarden, mogelijkheden zijn om de eigen onderneming voort te zetten. Eiseres zou deze mogelijkheden samen met haar advocaat kunnen onderzoeken.