Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [voormalig werknemer] , met bijlagen;
- het verweerschrift van Lidl met (voorwaardelijk) tegenverzoek, met bijlagen;
- de pleitaantekeningen van [voormalig werknemer] .
Rechtbank Rotterdam
Werknemer was sinds 1 september 2008 in dienst bij Lidl en werd op 5 januari 2026 op staande voet ontslagen wegens vermeende fraude met urenregistratie. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat werknemer fraude heeft gepleegd en dat er geen dringende reden is voor ontslag op staande voet. Bovendien is niet gebleken dat Lidl of het personeel schade hebben geleden.
De kantonrechter benadrukt dat ontslag op staande voet het uiterste redmiddel is en dat een waarschuwing in deze situatie meer passend zou zijn geweest, mede gezien de lange diensttijd en goede prestaties van werknemer. Lidl heeft onvoldoende en summier onderzoek gedaan en heeft haar eigen organisatie niet zodanig ingericht dat zij de juistheid van urenregistratie adequaat kan waarborgen.
Werknemer krijgt een billijke vergoeding van €100.000,-, een transitievergoeding van €36.950,62 en een gefixeerde schadevergoeding van €30.928,81. Daarnaast moet Lidl een rectificatie sturen aan het personeel en een wettelijke rente en verhogingen betalen over achterstallige lonen en vakantietoeslag. De proceskosten komen voor rekening van Lidl. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig verklaard; werknemer krijgt vergoedingen en Lidl moet rectificatie sturen.