Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6924

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
11838064 CV EXPL 25-17639
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 cao ZiekenhuizenArt. 1:1 ArbeidstijdenbesluitArt. 1:7 lid 1 sub g ArbeidstijdenwetArt. 2.1:2 lid 3 sub c onder 2 ArbeidstijdenbesluitArt. 15 Wet cao
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg en toepassing van bereikbaarheids- en consignatiedienst in cao Ziekenhuizen

In deze zaak vordert FNV dat Stichting Maasstad Ziekenhuis (MSZ) de cao Ziekenhuizen naleeft door diensten van verplegend personeel die onterecht als consignatiediensten zijn aangemerkt, met terugwerkende kracht als bereikbaarheidsdiensten te kwalificeren. Dit betreft de uitleg van de begrippen 'bereikbaarheidsdienst' en 'consignatiedienst' zoals opgenomen in de Arbeidstijdenwet, het Arbeidstijdenbesluit en de cao.

MSZ hanteerde een beleid waarbij diensten met minder dan 50% oproepkans als consignatiediensten werden aangemerkt, wat FNV betwist. De kantonrechter oordeelt dat dit beleid in strijd is met de cao en dat voor verplegend personeel sprake is van bereikbaarheidsdiensten, omdat oproepen niet werkelijk onvoorzien zijn. De kantonrechter wijst het verweer van MSZ af dat het eigen beleid mag afwijken van de cao.

FNV wordt ontvankelijk verklaard en haar vorderingen grotendeels toegewezen. MSZ moet de betrokken (ex-)medewerkers schriftelijk informeren, loonberekeningen verstrekken en nabetalingen doen met wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 10%. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. MSZ wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: MSZ moet diensten van verplegend personeel herkwalificeren als bereikbaarheidsdiensten en nabetalingen doen volgens cao Ziekenhuizen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11838064 CV EXPL 25-17639
datum uitspraak: 12 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV),
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: mr. R. Sauer,
tegen
Stichting Maasstad Ziekenhuis,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. D.J. Kolk.
De partijen worden hierna ‘FNV’ en ‘MSZ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 6 augustus 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de spreekaantekeningen van FNV;
  • de spreekaantekeningen van MSZ.
1.2.
Op 12 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren namens FNV aanwezig [naam 1] (bestuurder sector zorg & welzijn en cao-onderhandelaar) en [naam 2] (bestuurder sector zorg & welzijn en cao-onderhandelaar), vergezeld door [naam 3], [naam 4], [naam 5], [naam 6] en [naam 7] (allen medewerkers van MSZ), bijgestaan door mr. Sauer. Namens MSZ waren aanwezig [naam 8] (juriste), [naam 9] (teammanager HR) en [naam 10] (business partner HR), bijgestaan door mr. Kolk.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Deze procedure gaat over de uitleg van de begrippen ‘bereikbaarheidsdienst’ en ‘consignatiedienst’ in de cao Ziekenhuizen. In het Maasstad-ziekenhuis draaien medewerkers sinds jaar en dag zogenoemde ‘BAC’-diensten. BAC was tot enkele jaren geleden een containerbegrip en staat voor Bereikbaarheids-, Aanwezigheids- en Consignatiediensten. Tot 1 juli 2022 ontvingen medewerkers die bereikbaarheidsdiensten of consignatiediensten draaiden eenzelfde vergoeding op basis van de geldende cao.
2.2.
Met ingang van 1 juli 2022 moet MSZ op basis van de geldende cao een hogere vergoeding betalen aan medewerkers die bereikbaarheidsdiensten draaien. De vergoeding voor consignatiediensten is niet verhoogd en sinds dit moment dus lager dan de vergoeding voor bereikbaarheidsdiensten.
2.3.
Gedurende een periode van (ongeveer) een jaar heeft MSZ de diensten van haar medewerkers gekwalificeerd als bereikbaarheidsdiensten, waardoor medewerkers de hogere vergoeding ontvingen. MSZ heeft daarna op basis van het door haar ontwikkelde instellingsbeleid de diensten voornamelijk gekwalificeerd als consignatiediensten, waarvoor de lagere vergoeding geldt. Het beleid van MSZ komt erop neer dat als een medewerker in de praktijk in minder dan 50% van de gevallen wordt opgeroepen tijdens een dienst, de dienst als consignatiedienst heeft te gelden. Volgens FNV handelt MSZ hiermee in strijd met de cao, omdat de diensten die zorgmedewerkers draaien geen consignatiediensten kunnen zijn.
Wat wil FNV en waarom?
2.4.
FNV vordert in deze procedure een veroordeling van MSZ om de cao Ziekenhuizen na te komen, in die zin dat de diensten van de medewerkers die het aangaat met terugwerkende kracht worden aangemerkt als bereikbaarheidsdiensten in plaats van consignatiediensten. FNV wil dat MSZ deze medewerkers hierover schriftelijk bericht, dat MSZ deze medewerkers een nieuwe loonberekening verschaft en nabetalingen doet, te vermeerderen met wettelijke verhoging en wettelijke rente. Ook maakt FNV aanspraak op een schadevergoeding op grond van artikelen 15 en 16 van de Wet cao.
2.5.
FNV meent dat MSZ geen eigen beleid mag voeren. De cao heeft een standaardkarakter. Het beleid van MSZ om diensten als consignatiedienst aan te merken als medewerkers minder dan 50% van de diensten worden opgeroepen, is volgens FNV een ongeoorloofde afwijking van de cao. De cao is een zogenoemde standaard-cao, waarvan niet mag worden afgeweken tenzij uit de bepaling zelf volgt dat dat mag.
FNV stelt dat uit de wetsgeschiedenis bij het Arbeidstijdenbesluit volgt dat voor de beroepsgroep ‘verpleging en verzorging’ geen sprake kan zijn van consignatiediensten. De bereikbaarheidsdienst is een bijzondere vorm van de consignatiedienst en is alleen toegestaan in bepaalde beroepsgroepen, waaronder verpleging en verzorging (artikel 2.1:2 lid 3 sub c onder 2 Atb). MSZ is het niet eens met het standpunt van FNV en meent dat zij wel op deze manier invulling mag geven aan de begrippen bereikbaarheidsdienst en consignatiedienst uit de cao Ziekenhuizen.
FNV is ontvankelijk
2.6.
Voordat de kantonrechter inhoudelijk oordeelt over de vorderingen van FNV, moet zij eerst een beslissing nemen over de ontvankelijkheid van FNV. MSZ heeft tijdens de zitting – voor het eerst – het verweer gevoerd dat FNV niet-ontvankelijk zou zijn in haar vorderingen, omdat zij de vorderingen heeft ingesteld namens een niet gespecificeerde groep (ex-)medewerkers van MSZ, waarvan onduidelijk is of deze medewerkers lid zijn van FNV en of zij BAC-diensten hebben gedraaid.
2.7.
FNV is ontvankelijk in haar vorderingen. Uit het arrest FNV / Inretail [1] volgt dat FNV als partij bij de cao Ziekenhuizen uit eigen hoofde nakoming van de verplichtingen uit die cao kan vorderen en dat zij die vordering kan richten tegen een individueel lid van een werkgeversorganisatie die partij is bij diezelfde cao. MSZ is lid van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de NVZ is partij bij de cao Ziekenhuizen. FNV kan haar vordering dus rechtstreeks tegen MSZ instellen. Uit het arrest CNV/Pennwalt [2] volgt dat een eventuele toewijzingsvordering alleen betrekking kan hebben op de nakoming van een verplichting jegens werknemers die daarop aanspraak kunnen en willen maken. Uit het arrest van de Hoge Raad van 19 maart 2021 [3] volgt vervolgens dat de vordering van FNV toewijsbaar is tegen alle (ex-)werknemers, ook als zij niet specifiek hebben aangegeven dat zij willen dat hun consignatiediensten alsnog worden aangemerkt als bereikbaarheidsdiensten. De cao laat immers geen ruimte voor een keuze van de individuele werknemer om de diensten al dan niet als bereikbaarheidsdienst aan te merken.
2.8.
Uit het voorgaande volgt dat er geen formele reden is om FNV niet-ontvankelijk te verklaren of haar vorderingen af te wijzen. De kantonrechter zal daarom hieronder beoordelen of MSZ inderdaad in strijd met de cao Ziekenhuizen handelt of niet.
De diensten van het zorgpersoneel zijn bereikbaarheidsdiensten
2.9.
De kantonrechter oordeelt dat de diensten die medewerkers van MSZ draaien die in de beroepsgroep ‘verpleging en verzorging’ vallen, bereikbaarheidsdiensten zijn in de zin van de cao Ziekenhuizen.
2.10.
De definities van de bereikbaarheidsdienst en de consignatiedienst die zijn opgenomen in artikel 10 van Pro de cao, zijn afkomstig uit – en vrijwel gelijk aan – de definities die zijn opgenomen in artikel 1:1 van Pro het Arbeidstijdenbesluit (bereikbaarheidsdienst) en artikel 1:7 lid 1 sub g van Pro de Arbeidstijdenwet (consignatiedienst). Partijen zijn het erover eens dat het niet de bedoeling is geweest van de cao-partijen om in de cao een andere invulling te geven aan deze definities dan die in de wet zijn opgenomen.
Een bereikbaarheidsdienst is volgens het Arbeidstijdenbesluit:
“een aaneengesloten periode van ten hoogste 24 uren waarin de werknemer, zo nodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, verplicht is om bereikbaar te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.”
Een consignatiedienst is volgens de Arbeidstijdenwet:
“een periode tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer uitsluitend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.”
In de cao Ziekenhuizen is in de definitie van de consignatiedienst na het begrip ‘onvoorziene omstandigheden’ vermeld:
“zoals spoedgevallen en storingen”.
2.11.
Het verschil tussen beide diensten is gelegen in het hiervoor genoemde begrip ‘onvoorziene omstandigheden’. In de Memorie van Toelichting bij de Arbeidstijdenwet is hierover opgemerkt:
“Bij een bereikbaarheidsdienst is op voorhand duidelijk dat een of meer oproepen zullen plaatsvinden om zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.”
2.12.
Volgens MSZ mag zij het begrip ‘onvoorziene omstandigheden’ zo opvatten dat als een medewerker in minder dan 50% van de wachtdiensten een oproep ontvangt, de oproep (zodanig) onvoorzien is dat er dus sprake is van een consignatiedienst. Pas bij een oproepkans van meer van 50% is er volgens haar geen sprake van een onvoorziene oproep en wordt de dienst aangemerkt als bereikbaarheidsdienst.
2.13.
Omdat het gaat om de uitleg van een begrip uit de Arbeidstijdenwet, dat is overgenomen in de cao zonder dat daarbij is bepaald dat werkgevers hiervan mogen afwijken, staat het MSZ niet vrij om zelf een andere invulling te geven aan de ‘onvoorziene omstandigheden’ in die zin dat zij dit op basis van het aantal oproepen per kwartaal (of een andere tijdspanne) beoordeelt. Of de OR al dan niet heeft ingestemd met het eigen beleid, is dan ook niet relevant. Het komt aan op een uitleg van de wettelijke definities van de begrippen bereikbaarheidsdienst en consignatiedienst; meer in het bijzonder van het begrip ‘onvoorziene omstandigheden’, dat het verschil tussen beide diensten bepaalt.
2.14.
De kantonrechter volgt de uitleg die MSZ geeft aan het begrip ‘onvoorziene omstandigheden’ niet. Of een oproep onvoorzien is of niet, kan niet op basis van een (arbitrair bepaald) percentage – het aantal daadwerkelijke oproepen – worden vastgesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter moet sprake zijn van (zoals Boonstra het noemt [4] )
werkelijkonvoorziene omstandigheden[onderstreping kantonrechter] wil sprake zijn van een consignatiedienst. Bij werkelijk onvoorziene omstandigheden is de kans op een oproep heel klein; daarom mag een consignatiedienst ook vaker en langer worden opgelegd dan een bereikbaarheidsdienst. Of de kans op een oproep heel klein is, hangt van een aantal factoren af, waaronder de manier waarop de inroostering plaatsvindt (staat iemand als eerste op de lijst om gebeld te worden of niet) en de aard van de werkzaamheden.
2.15.
Van werkelijk onvoorziene omstandigheden is geen sprake in de situatie van het zorgpersoneel van MSZ. De aard van het werk brengt mee dat op elk moment extra handen aan het bed (of in het laboratorium) nodig kunnen zijn. Een medewerker die als eerste op de lijst staat om gebeld te worden in zo’n situatie, moet continu alert zijn op een eventuele oproep. Dit volgt ook uit wat de aanwezige medewerkers van MSZ op de zitting hebben verklaard. De medewerker moet binnen een bepaalde tijd in het ziekenhuis aanwezig zijn in geval van een oproep en kan dus feitelijk niet van huis en weinig tot geen andere activiteiten ondernemen. In die omstandigheden is een oproep, ook als die minder dan 50% van de diensten plaatsvindt, niet werkelijk onvoorzien(baar) en is dus geen sprake van een consignatiedienst, maar van een bereikbaarheidsdienst. Dit kan anders zijn bij een medewerker die als tweede op de lijst staat om gebeld te worden (de tweede achterwacht, zoals door MSZ benoemd, die zelden tot nooit wordt opgeroepen), maar niet gebleken is dat die diensten (die dan wellicht als consignatiediensten kunnen worden aangemerkt) in deze procedure aan de orde zijn. Dat de aard van het werk relevant is, volgt ook uit de omstandigheid dat de wetgever de bereikbaarheidsdienst in het Arbeidstijdenbesluit heeft opgenomen, juist omdat voor (onder meer) personeel in de beroepsgroep ‘verpleging en verzorging’ de regeling van de consignatiediensten in de Arbeidstijdenwet niet toereikend was. Waar de wetgever blijkbaar aanleiding heeft gezien de werknemers in deze beroepsgroep extra te beschermen tegen het al te vaak opleggen van (lange) consignatiediensten is het opmerkelijk dat MSZ zodanig beleid hanteert waarmee zij een groot deel van de BAC-diensten omzet in consignatiediensten.
2.16.
MSZ heeft nog aangevoerd dat haar beleid tevens ten doel heeft de gelijkheid tussen de werknemers te bevorderen. Volgens haar is het zo dat werknemers bij de ene afdeling vaker worden opgeroepen dan bij de andere afdeling, waardoor zo’n dienst bij de een zwaarder weegt dan bij de ander. Het komt de kantonrechter voor dat dit verschil ook op een andere manier kan worden weggenomen en wel door extra diensten in te plannen op afdelingen waar vaak opgeroepen wordt. Bovendien rechtvaardigt ook dit doel niet dat MSZ een andere uitleg geeft aan het begrip ‘bereikbaarheidsdienst’.
De toewijsbaarheid van de vorderingen van FNV
2.17.
Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van FNV grotendeels toewijsbaar zijn. De kantonrechter zal MSZ veroordelen om de (ex-)medewerkers in de beroepsgroep verzorging en verpleging van wie de wachtdiensten zijn aangemerkt als consignatiediensten, te berichten dat deze diensten met terugwerkende kracht zullen worden aangemerkt als bereikbaarheidsdiensten en dat ze een nabetaling zullen ontvangen. Ook moet MSZ deze medewerkers voorzien van een nieuwe loonberekening en nabetalingen uitvoeren. MSZ heeft geen verweer gevoerd tegen de door FNV genoemde termijnen waarbinnen MSZ aan de veroordelingen moet voldoen, zodat de kantonrechter de door FNV genoemde termijnen zal aanhouden.
2.18.
De kantonrechter matigt de door FNV gevorderde wettelijke verhoging over de na te betalen loonbedragen tot 10%. Niet gebleken is dat sprake is geweest van betalingsonwil van MSZ; de vraag die aan de kantonrechter is voorgelegd over de uitleg van de cao is geen eenvoudige vraag en in zo’n geval, waarin partijen het niet eens zijn over het antwoord, ziet de kantonrechter aanleiding om niet de volledige verhoging van 50% toe te wijzen. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals gevorderd. MSZ is in verzuim met betaling van de vergoeding voor de diensten die zij als bereikbaarheidsdienst had moeten kwalificeren.
2.19.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om MSZ te veroordelen om de cao Ziekenhuizen te blijven nakomen zolang de regels onveranderd blijven. De kantonrechter heeft geen reden om aan te nemen dat MSZ in weerwil van deze uitspraak de wachtdiensten wel met terugwerkende kracht, maar niet meer vanaf de datum van dit vonnis zal aanmerken als bereikbaarheidsdiensten. Mocht zij dat wel doen, dan kunnen FNV en/of de individuele medewerkers daar eenvoudig tegen opkomen.
MSZ hoeft geen schadevergoeding aan FNV te betalen
2.20.
De kantonrechter wijst het door FNV gevorderde schadebedrag van € 25.000,- af. FNV vordert dit bedrag op grond van artikelen 15 en 16 van de Wet cao. MSZ heeft echter betwist dat FNV schade heeft geleden. Meer in het bijzonder heeft MSZ betwist dat FNV meer werkzaamheden heeft verricht dat het deelnemen aan één gesprek. MSZ wijst er verder op dat FNV geen specificatie heeft overgelegd van de gestelde werkzaamheden en dat FNV ook geen onderbouwing heeft gegeven van het genoemde uurtarief voor die werkzaamheden van € 296,-. Tot slot heeft MSZ betwist dat FNV schade heeft geleden in de vorm van verlies aan status en wervingskracht doordat MSZ de cao niet correct heeft nageleefd.
2.21.
Het had op de weg van FNV gelegen om na deze betwistingen haar vordering nader te onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft geen nadere stukken toegestuurd en is op de zitting ook niet op deze vordering ingegaan. Daarom heeft zij, in het licht van de gemotiveerde betwisting van MSZ, onvoldoende gesteld over deze vordering. Daarom wordt de schadevergoeding afgewezen.
Buitengerechtelijke kosten
2.22.
De buitengerechtelijke incassokosten van € 2.775,- worden toegewezen. Er is voldaan aan de voorwaarden om een vergoeding te krijgen. FNV heeft haar brieven aan MSZ overgelegd en het bedrag is gebaseerd op het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Daarmee is aan de dubbele redelijkheidstoets voldaan. De wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen zoals gevorderd.
MSZ moet de proceskosten betalen
2.23.
De proceskosten komen voor rekening van MSZ, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die MSZ aan FNV moet betalen op € 122,25 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 720,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 360,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.447,25. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.24.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat FNV dat eist en MSZ daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt MSZ tot nakoming van de cao Ziekenhuizen met terugwerkende kracht per de verschillende data dat de bereikbaarheidsdiensten zijn omgezet naar consignatiediensten door:
binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan alle desbetreffende (ex-)
medewerkers een schriftelijk bericht te sturen dat met terugwerkende kracht tot de voor hen geldende datum van omzetting de bijzondere diensten worden aangemerkt als bereikbaarheidsdiensten en dat de medewerkers recht hebben op nabetaling van loon;
binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis aan alle desbetreffende (ex-)
medewerkers een loonberekening te verstrekken van de na te betalen bedragen aan loon, vermeerderd met de daarover verschuldigde vakantietoeslag en eventueel onregelmatigheidstoeslag en andere toeslagen, vermeerderd met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW Pro van 10%, en met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de data dat deze bedragen zijn verschuldigd tot de dag dat volledig is betaald;
binnen twee maanden na betekening van dit vonnis aan alle desbetreffende (ex-)
medewerkers de bedragen na te betalen die voortvloeien uit de loonberekeningen zoals bedoeld onder b), onder gelijktijdige verstrekking van een deugdelijke bruto-nettospecificatie;
3.2.
veroordeelt Maasstad tot betaling aan FNV, binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis, van € 2.775,- aan buitengerechtelijke kosten, met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de 31 dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt MSZ in de proceskosten, die aan de kant van FNV worden begroot op € 2.447,25 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de 31e dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
51909

Voetnoten

1.HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:980.
2.HR 19 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2532.
3.ECLI:NL:HR:2021:413, r.o. 3.3.7.
4.ARA 2004/1, p. 106.