ECLI:NL:RBROT:2026:7214
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieaanvraag Wet Herstel Toeslagen voor toeslagjaar 2005
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen om haar aanvraag voor compensatie op grond van de Wet Herstel Toeslagen (Wht) voor de jaren 2005 tot en met 2010 af te wijzen. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 12 juni 2026 en daarbij een verzoek tot aanhouding van de zitting afgewezen omdat dit onvoldoende was onderbouwd.
De kern van het geschil betreft het toeslagjaar 2005, waarbij eiseres stelt dat een fout is gemaakt door een wijziging van een voorschotbeschikking van €30 naar €751 zonder duidelijke reden, en dat sprake is van vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen. De rechtbank overweegt dat de Wht compensatie biedt voor onbillijkheden van overwegende aard voortkomend uit de harde toepassing van het wettelijke systeem vóór 23 oktober 2019.
De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen terecht de aanvraag heeft geweigerd omdat er geen neerwaartse beschikkingen zijn afgegeven over 2005, waardoor geen sprake is van niet ontvangen of teruggevorderde kinderopvangtoeslag. Er is geen bewijs voor vooringenomenheid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de compensatieaanvraag voor 2005 wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van vooringenomenheid en neerwaartse beschikkingen.