ECLI:NL:RBROT:2026:8482
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing te late aanvraag compensatie Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser diende op 15 mei 2024 een aanvraag in voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), maar deze werd afgewezen omdat de aanmeldtermijn tot 2 januari 2024 was verstreken. De Dienst Toeslagen handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiser stelde dat hij niet tijdig kon aanvragen vanwege onduidelijkheid over de voorwaarden en gebreken in de communicatie met de Belastingdienst.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraagtermijn dwingend is en dat alleen in bijzondere, schrijnende omstandigheden van deze termijn kan worden afgeweken. Eiser kon niet aantonen dat hij zich niet tijdig kon aanmelden; zijn stelling over een gemist telefoongesprek werd niet ondersteund door bewijs. Bovendien had hij na september 2023 zelf alert moeten zijn en eerder een aanvraag kunnen indienen.
De rechtbank concludeerde dat er geen verschoonbare termijnoverschrijding was en wees het beroep af. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. van Spengen op 14 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de te late aanvraag compensatie wordt ongegrond verklaard.