ECLI:NL:RBROT:2025:15271
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen wegens te late indiening
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 16 december 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure over de afwijzing van een aanvraag voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres, woonachtig in Hoogvliet Rotterdam, had haar aanvraag voor compensatie te laat ingediend, namelijk na de wettelijke aanmeldtermijn die op 1 januari 2024 afliep. De Dienst Toeslagen had de aanvraag afgewezen op basis van deze termijnoverschrijding. Eiseres betoogde dat zij niet op de hoogte was van de noodzaak om zelf een aanvraag in te dienen en dat de Dienst Toeslagen de hardheidsclausule had moeten toepassen. De rechtbank oordeelde echter dat de Dienst Toeslagen terecht had afgewezen, omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat er bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. De rechtbank benadrukte dat de mogelijkheid tot aanmelding voor compensatie breed was gecommuniceerd en dat eiseres zelf ook eerder op de hoogte was geraakt van haar mogelijke status als gedupeerden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat betekent dat eiseres geen recht had op compensatie en geen griffierecht of proceskostenvergoeding zou ontvangen.