ECLI:NL:RBROT:2025:15271
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieaanvraag Wet hersteloperatie toeslagen wegens te late indiening
Eiseres diende een aanvraag in voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), maar deze werd afgewezen omdat zij de aanvraag te laat had ingediend. De Dienst Toeslagen wees het bezwaar van eiseres af en de rechtbank behandelde het beroep tegen dit besluit.
Eiseres voerde aan dat zij niet wist dat zij zelf een aanvraag moest indienen en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Zij stelde dat zij pas eind 2023 via een televisie-uitzending kennis nam van haar mogelijke status als gedupeerde en dat zij door wachttijd bij het Juridisch Loket en gebrek aan communicatie niet eerder kon handelen. Tevens deed zij een beroep op het evenredigheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke aanmelddatum dwingend was en dat de wetgever een ruime termijn van ruim drie jaar had geboden. De rechtbank vond dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden haar tijdige aanmelding onmogelijk maakten. De communicatie over de hersteloperatie was voldoende geweest en de hardheidsclausule kon niet worden toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de compensatieaanvraag wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden.