ECLI:NL:RBROT:2026:8945

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
12024997 VZ VERZ 25-7318
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 sub h BWArt. 7:671b lid 2 BWArt. 7:671b lid 9 sub b BWArt. 7:673 lid 7 sub c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens langdurige detentie voor ernstige misdrijven

De werknemer is sinds april 2023 in dienst bij de werkgever binnen een beschutte werkomgeving en heeft een indicatie beschut werken vanwege ondersteuningsbehoefte. In 2024 is hij veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf van vier jaar, teruggebracht in hoger beroep, wegens afpersing en medeplegen van diefstal onder bedreiging met een vuurwapen. De werkgever betaalde het loon tot september 2024, daarna niet meer.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de h-grond (ontbinding wegens andere omstandigheden, hier langdurige detentie), eventueel op de g- of i-grond. De werknemer verzet zich tegen ontbinding en vraagt bij ontbinding om inachtneming van de opzegtermijn en betaling van transitievergoeding.

De kantonrechter oordeelt dat de h-grond van toepassing is omdat de langdurige detentie het niet redelijk maakt de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De ernst van de misdrijven en de beschermde werkomgeving maken terugkeer onverantwoord. De arbeidsovereenkomst wordt per direct ontbonden zonder transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. Tevens wordt bepaald dat de werknemer geen recht heeft op loon vanaf de datum van het verzoekschrift tot ontbinding. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt per direct ontbonden zonder transitievergoeding en zonder recht op loon vanaf het verzoekschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12024997 VZ VERZ 25-7318
datum uitspraak: 25 juni 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
gemachtigde: mr. A.J. Wintjes,
tegen
[verweerder],
woonplaats: [woonplaats] ,
verweerder,
gemachtigde: mr. E. Baldan.
De partijen worden hierna ‘de [verzoekster] ’ en ‘ [verweerder] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van de [verzoekster] (ontvangen op 19 december 2025), met bijlagen;
  • het oproepingsexploot van 6 mei 2026;
  • de aanvullende bijlage van de [verzoekster] ;
  • de pleitaantekeningen van de gemachtigde van [verweerder] .
1.2.
Op 20 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Namens de [verzoekster] was aanwezig [persoon A] ( Adviseur HRO ) met mr. A.J. Wintjes. [verweerder] is verschenen met de gemachtigde mr. E. Baldan.

2.De beoordeling

Waar de zaak over gaat
2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] 2002, is sinds 1 april 2023 in dienst bij de [verzoekster] binnen het onderdeel [naam afdeling] . [verweerder] heeft een indicatie beschut werken op basis van de Participatiewet. De indicatie is bedoeld voor mensen met een ondersteuningsbehoefte zoals psychische problematiek of een verstandelijke beperking.
2.2.
[verweerder] heeft op [datum 2] 2024 een gevangenisstraf opgelegd gekregen voor de duur van vier jaar en zes maanden in verband met (onder meer) afpersing en het medeplegen van diefstal onder bedreiging van een vuurwapen. In hoger beroep is de gevangenisstraf teruggebracht tot vier jaar. [verweerder] zat daarvoor al in voorlopige hechtenis. De [verzoekster] kreeg dit in juni 2024 te horen. Het loon van [verweerder] is tot en met de maand september 2024 doorbetaald. Sindsdien betaalt de [verzoekster] het loon niet meer.
2.3.
De [verzoekster] verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen op de kortst mogelijke termijn te ontbinden zonder transitievergoeding en te bepalen dat [verweerder] geen recht heeft op loon vanaf de datum van ontvangst van het verzoekschrift tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst. De [verzoekster] verzoekt ook te bepalen dat elke partij de eigen kosten draagt.
2.4.
De [verzoekster] is in de eerste plaats van mening dat de veroordeling tot een langdurige gevangenisstraf voor ernstige geweldsdelicten een ontslaggrond oplevert in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub h BW Pro (de ‘h-grond’) zodat een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn gerechtvaardigd is. Als een ontbinding op die grond niet kan slagen dan baseert zij haar verzoek op een verstoorde arbeidsrelatie (de ‘g-grond’) en ten slotte vraagt zij een ontbinding op de zogenoemde cumulatiegrond (de ‘i-grond’).
2.5.
[verweerder] is het niet eens met de [verzoekster] en vindt dat het verzoek moet worden afgewezen. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt vraagt [verweerder] de kantonrechter om de opzegtermijn in acht te nemen en de [verzoekster] te veroordelen om de transitievergoeding te betalen.
Ontbinding arbeidsovereenkomst per 25 juni 2026
2.6.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Er geldt geen opzegverbod (artikel 7:671b lid 2 BW) en er is een redelijke grond voor ontbinding (artikel 7:669 lid 1 BW Pro). Hierna wordt dit toegelicht.
2.7.
De [verzoekster] baseert haar verzoek primair op de h-grond. Deze grond houdt in dat er andere omstandigheden zijn waardoor het niet redelijk is om de arbeidsovereenkomst voort te laten duren (artikel 7:669 lid 3 onder Pro h BW). De h-grond geldt als een ‘vangnetbepaling’ voor omstandigheden die niet vallen onder de andere ontslaggronden, maar die wel van dien aard zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In de parlementaire geschiedenis wordt - onder meer - detentie als voorbeeld genoemd (Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 46).
2.8.
De kantonrechter is het met [verweerder] eens dat niet iedere detentie meteen een geslaagd beroep op de h-grond hoeft op te leveren. In dit geval zijn de omstandigheden echter zodanig dat een ontbinding gerechtvaardigd is. [verweerder] is veroordeeld voor ernstige misdrijven waarvoor een langdurige gevangenisstraf is opgelegd. Hierdoor kan hij al sinds juni 2024 niet meer werken voor [verzoekster] . Dit duurt nog zeker acht maanden zo is tijdens de zitting gebleken.
2.9.
[verweerder] vindt ontbinding een te zware maatregel. Hij heeft tijdens de zitting gezegd dat hij nu aan zichzelf werkt. Hij heeft geleerd van zijn fouten en kan terugvallen op zijn familie als hij vrij komt. Het werk bij de [verzoekster] past bij hem en kan hem straks structuur geven. Hoewel deze positieve houding hoopgevend is - de kantonrechter kan dit alleen maar aanmoedigen - doet het niet af aan de aard en de ernst van de strafbare feiten en de lange gevangenisstraf. Bovendien heeft de [verzoekster] voldoende duidelijk gemaakt dat een terugkeer op de werkvloer niet van haar verlangd kan worden. In de beschutte werkomgeving van [naam afdeling] werken kwetsbare en beïnvloedbare medewerkers samen. Het is haar taak om de medewerkers met een ondersteuningsbehoefte een sociaal veilige en beschermde omgeving te bieden. De [verzoekster] vindt het onverantwoord om [verweerder] te laten terugkeren naar zijn werk. De door [verweerder] aangevoerde omstandigheden leiden dus niet tot een ander oordeel.
2.10.
In een situatie als deze speelt het al dan niet kunnen herplaatsen van [verweerder] geen rol (Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 46).
2.11.
Het voorgaande betekent dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. De [verzoekster] verzoekt geen rekening te houden met de opzegtermijn omdat zij van mening is dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De kantonrechter volgt de [verzoekster] hierin. [verweerder] is veroordeeld voor ernstige misdrijven waarvoor hij een lange gevangenisstraf heeft gekregen. Hij is hierdoor het vertrouwen van de [verzoekster] kwijt geraakt. Het komt voor zijn rekening dat hij door zijn handelen voor lange tijd niet kan werken voor de [verzoekster] . Dit leidt tot het oordeel dat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang - op de datum van deze beschikking - wordt ontbonden (artikel 7:671b lid 9 sub b BW).
Geen transitievergoeding
2.12.
De [verzoekster] hoeft geen transitievergoeding aan [verweerder] te betalen omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] . Dit staat zo in artikel 7:673 lid 7 sub c BW Pro.
Geen loon
2.13.
Ten slotte vraagt de [verzoekster] om te bepalen dat [verweerder] geen recht heeft op loon vanaf de indiening van het verzoek tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Dit wordt toegewezen. In artikel 7:628 lid 1 BW Pro is bepaald dat een werkgever loon moet betalen
tenzijhet geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen. Gelet op wat hiervoor is overwogen doet dit laatste zich hier voor zodat de [verzoekster] geen loon meer is verschuldigd aan [verweerder] .
Proceskosten
2.14.
De proceskosten worden overeenkomstig het verzoek van de [verzoekster] gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.15.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv Pro). Dit betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van vandaag;
3.2.
bepaalt dat [verweerder] geen aanspraak heeft op betaling van loon vanaf de datum van indiening van het ontbindingsverzoek tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst;
3.3.
bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. J.W. Langeler en in het openbaar uitgesproken.
540