Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 15 april 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 25 juli 2025;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 10 december 2025;
- het aanvullende verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 8 april 2026;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 13 april 2026;
- het verweerschrift op het aanvullende verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 16 april 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
- het bericht van de man van 6 mei 2026;
- het bericht van de vrouw van 7 mei 2026.
2.De vaststaande feiten
- de man met ingang van 1 september 2025 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres ] ;
- de man met ingang van 1 september 2025 een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw (hierna: partneralimentatie) zal verstrekken van
3.De beoordeling
- primair per de datum van de echtscheidingsbeschikking;
- subsidiair per 1 september 2026;
- meer subsidiair per een datum door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
NJ1997/571 en HR 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7000).
primairbij gebrek aan inzicht wordt gesteld op € 17.500,-, zijnde de helft van de door hem gestelde en getoonde saldi op de bankrekeningen op naam van de eenmanszaak van € 23.871,31 (productie 35) en de helft van de verkoopopbrengsten die de vrouw nog blijkens die productie heeft weten te realiseren na 20 februari 2025, vermeerderd met de helft van de kastegoeden en nadere te gelde making die de vrouw heeft kunnen uitvoeren in het kader van de staking,
subsidiairop de helft van de door de vrouw met hierna onder 4 geformuleerde stukken te onderbouwen netto (stakings)waarde van de activa en passiva van eenmanszaak [eenmanszaak] ;
4.De beslissing
- verkoop vindt plaats door een door partijen gezamenlijk ingeschakelde makelaar. Als partijen niet tot overeenstemming kunnen komen, selecteert de man drie makelaarskantoren en stuurt deze selectie naar de vrouw. Na ontvangst daarvan kiest de vrouw binnen één week uit die selectie de verkopende makelaar;
- partijen werken mee aan het eventueel opnieuw bepalen van de verkoopprijs of de vraag- en laatprijs, een en ander in overleg met de makelaar en binnen de door de makelaar gestelde termijn;
- partijen werken mee aan geplande bezichtigingen;
- partijen zorgen dat huis en tuin verzorgd ogen voor iedere bezichtiging;
- partijen verrichten alle andere handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop en oplevering van de woning, waartoe zowel door de makelaar als in een later stadium door de notaris verzocht wordt, binnen de door hen gestelde termijnen;
- partijen werken mee aan het tekenen van de koopovereenkomst;
- partijen werken mee aan de levering van de echtelijke woning via de notaris, waaronder het tekenen van de transportakte of een volmacht binnen de door de notaris gestelde termijn.
- voor het geval partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen over de te hanteren verkoopprijs en of de vraag- en laatprijs, zal de makelaar deze bindend vaststellen, net als een eventuele wijziging van de te hanteren vraag- en laatprijs in geval verkoop uitblijft;
- in het geval de makelaar de verkoopprijs en/of vraag- en laatprijs bindend heeft vastgesteld, hanteren partijen deze bij de verkoop van de echtelijke woning aan een derde;
- als de makelaar de opdracht tot verkoop van de echtelijke woning teruggeeft wegens gebrek aan medewerking van een van partijen, voldoet de niet-meewerkende partij de kosten die de makelaar in rekening brengt. Dit geldt ook voor schade en of extra onkosten veroorzaakt door het niet-meewerken van een partij bij de afwikkeling bij de notaris en door het niet correct opleveren van het huis aan kopers;
- bepaalt dat de man een vergoedingsrecht heeft op de vrouw voor de helft van de aflossingen in de periode van 16 april 2025 tot de datum van overdracht van de woning;
- bepaalt dat de vrouw het bedrag dat zij uit hoofde van de hiervoor bedoelde vergoeding is verschuldigd aan de man, ten tijde van de notariële overdracht van de woning aan de man of een derde, mag voldoen uit haar aandeel in de overwaarde van de woning;
- bepaalt dat de vrouw ter zake van de aanslag van SVHW over 2025 € 819,40 aan de man moet voldoen;
- bepaalt dat de vrouw het bedrag dat zij uit hoofde van de hiervoor bedoelde vergoeding is verschuldigd aan de man, ten tijde van de notariële overdracht van de woning aan de man of een derde, mag voldoen uit haar aandeel in de overwaarde van de woning;
- de man een vergoedingsrecht heeft op de vrouw ter hoogte van € 31.198,68 in verband met de door de man verrichtte betalingen aan de notaris en investeringen in de woning;
- bepaalt dat de vrouw het bedrag dat zij uit hoofde van de hiervoor bedoelde vergoeding is verschuldigd aan de man, ten tijde van de notariële overdracht van de woning aan de man of een derde, mag voldoen uit haar aandeel in de overwaarde van de woning;
1 oktober 2026 PRO FORMA;