ECLI:NL:RBSGR:1998:AA1083
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over verlaging nabestaandenuitkering op grond van Algemene nabestaandenwet
Eiseres, weduwe sinds 1986, ontving aanvankelijk een uitkering krachtens de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) van 70% van het bruto wettelijk minimumloon. Met de inwerkingtreding van de Algemene nabestaandenwet (Anw) in 1996 werd haar uitkering aangepast, waarbij vanaf 1 januari 1998 een inkomenstoets werd toegepast die leidde tot een verlaging van haar uitkering tot 30% van het bruto minimumloon. Eiseres stelde dat deze verlaging in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), en diverse internationale sociale zekerheidsverdragen.
De rechtbank oordeelde dat het recht op de nabestaandenuitkering als een eigendomsrecht in de zin van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM moet worden beschouwd. De gedeeltelijke intrekking van de uitkering door de Anw vormt een ontneming van dit eigendomsrecht, die getoetst moet worden aan het EVRM. De rechtbank stelde vast dat de wetgever een ruime beoordelingsmarge heeft bij het treffen van sociale en economische maatregelen, mits deze niet kennelijk onredelijk zijn en een fair balance waarborgen tussen maatschappelijke belangen en individuele rechten.
Hoewel de wetgever de inkomenstoets en de overgangsregeling in artikel 67 van Pro de Anw heeft ingevoerd met het oog op budgettaire doelstellingen en maatschappelijke veranderingen, oordeelde de rechtbank dat het onderscheid in de inkomenstoets tussen inkomen uit arbeid en inkomensderving onvoldoende objectief gerechtvaardigd is en daarmee in strijd is met het gelijkheidsbeginsel van artikel 14 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de bestreden besluiten, waarbij verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen dat in overeenstemming is met deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot verlaging van de nabestaandenuitkering en beveelt een nieuw besluit in overeenstemming met het EVRM en het gelijkheidsbeginsel.