ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0012
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.M. Bruin
- H.C. Greeuw
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid verblijf in Aanmeldcentrum Schiphol na afronding AC-procedure
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de vrijheidsbenemende maatregel ex artikel 7a Vreemdelingenwet, opgelegd na weigering van toegang tot Nederland op luchthaven Schiphol. De procedure spitste zich toe op de rechtmatigheid van het verblijf in het Aanmeldcentrum (AC) na afronding van de AC-procedure.
Uit een plaatselijk onderzoek bleek dat het AC niet voldeed aan meerdere bepalingen van het Reglement regime grenslogies, zoals het ontbreken van privacy, bezoekmogelijkheden, post- en telefoonfaciliteiten, geestelijke verzorging en zinvolle dagbesteding. De rechtbank stelde vast dat het AC niet in algemene zin is aangewezen als plaats voor vrijheidsbeneming, maar dat individuele plaatsingsbeschikkingen gelden.
De rechtbank oordeelde dat het regime van het Reglement regime grenslogies van toepassing is op alle plaatsen waar de 7a-maatregel wordt uitgevoerd, ook het AC. Hoewel niet alle afwijkingen automatisch onrechtmatigheid veroorzaken, is verblijf in het AC langer dan vier dagen na afronding van de AC-procedure onrechtmatig, behoudens uitzonderlijke omstandigheden. Capaciteitsproblemen werden niet als zodanig erkend.
De rechtbank bepaalde dat opheffing van de maatregel pas geldt voor vreemdelingen die na verzending van het vonnis worden geplaatst. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken op 26 januari 2001.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verblijf langer dan vier dagen na afronding van de AC-procedure in het Aanmeldcentrum is onrechtmatig.