ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1910
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op omzetting verblijfsvergunningen asielgerelateerde gronden
Eisers, van Afghaanse nationaliteit, hadden na drie jaar verblijf met een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) op grond van de oude Vreemdelingenwet een vergunning tot verblijf zonder beperkingen gekregen, geldig tot respectievelijk februari 2002. Met de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) per 1 april 2001 worden deze vergunningen van rechtswege omgezet in verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd, afhankelijk van de grondslag van de oorspronkelijke vergunning.
Verweerder stelde dat eisers geen belang meer hadden bij doorprocederen over de vraag of zij als vluchteling toegelaten hadden moeten worden, aangezien de omzetting van hun vergunningen reeds had plaatsgevonden op asielgerelateerde gronden volgens artikel 33 Vw Pro 2000. Eisers handhaafden hun beroep met verwijzing naar een ex tunc toetsing en mogelijke internationale procedures, maar konden geen relevante bijzondere omstandigheden aanvoeren.
De rechtbank oordeelde dat, ook als uit de ex tunc toetsing zou blijken dat eisers vóór 1 april 2001 als vluchteling toegelaten hadden moeten zijn, dit niet zou leiden tot een sterkere verblijfsvergunning dan die van artikel 33 Vw Pro 2000. Daarom ontbrak het eisers aan een rechtens te honoreren belang bij hun beroep, en werden de beroepen niet-ontvankelijk verklaard.
De procedure werd gevoerd bij de rechtbank 's-Gravenhage, waarbij eisers niet verschenen tijdens de openbare zitting. De uitspraak werd gedaan door rechter A.W.M. van Hoof op 25 april 2001 en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtens te honoreren belang.