ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9060
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. Lely-van Goch
- M. Engelbert-Clarenbeek
- A.W.M. van Hoof
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd na wijziging vreemdelingenwet
Eiser, een Afghaan, vroeg in 1999 asiel aan en maakte bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De rechtbank bepaalde dat verweerder uiterlijk 23 februari 2001 moest beslissen, maar verweerder besloot pas op 1 mei 2001 en verleende een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, lid 1, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat op het bezwaar moest worden beslist met toepassing van de nieuwe wet, die op 1 april 2001 in werking trad. Het overgangsrecht biedt geen grondslag voor verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd binnen de termijn van drie jaar verblijf, tenzij de vreemdeling reeds drie jaar rechtmatig verblijf had genoten. Eiser kon daarom niet in dezelfde positie worden gebracht als wanneer hij vóór 1 april 2001 als vluchteling was toegelaten.
Verder vond de rechtbank de motivering van het besluit voldoende, ook al werd niet gemotiveerd waarom eiser niet op andere gronden (a tot en met c) in aanmerking kwam. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen actueel belang had bij een inhoudelijke uitspraak, aangezien hem het maximale was verleend wat de nieuwe wet toestaat. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2002.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel belang.