ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2367
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Stehouwer
- E.H.M. Druijf
- D.J. de Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding na onrechtmatige intrekking van voorwaardelijke vergunning tot verblijf
Eiser, een Bosnische vreemdeling, kreeg zijn voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) ingetrokken bij besluit van 2 november 1998. Na bezwaar werd dit besluit op 12 mei 1999 gegrond verklaard en kreeg eiser een onbeperkte vergunning tot verblijf. Eiser vorderde vervolgens schadevergoeding wegens materiële en immateriële schade door de onrechtmatige intrekking.
De rechtbank oordeelde dat de vreemdelingenkamer bevoegd was om kennis te nemen van het beroep tegen het schadebesluit, conform de leer van processuele connexiteit. De intrekking van de vvtv werd als onrechtmatig aangemerkt, aangezien verweerder niet zorgvuldig had gehandeld gezien het complexe beleid omtrent Bosnische asielzoekers.
Hoewel eiser aannemelijk maakte dat hij schade had geleden door het ontbreken van een geldige verblijfstitel en daardoor werk misliep, werd het relativiteitsvereiste niet vervuld. Het doel van de vvtv is bescherming tegen gedwongen verwijdering, niet het verkrijgen van arbeidsrechtelijke voordelen. Daarom wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de schadevergoeding wordt afgewezen wegens niet vervuld relativiteitsvereiste.