ECLI:NL:PHR:2011:BP9875
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing partneralimentatie wegens ontbreken behoeftigheid vrouw
Partijen zijn in 1988 gehuwd en in 2008 gescheiden. De rechtbank veroordeelde de man tot betaling van partneralimentatie vanaf april 2009. Zowel vrouw als man gingen in hoger beroep. Het hof vernietigde de alimentatiebeschikking en wees het verzoek van de vrouw af omdat zij niet behoeftig was, gelet op haar eigen netto-inkomen en huurinkomsten uit Griekenland.
De vrouw stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte rekening hield met huurinkomsten uit een appartement in Thessaloniki waarover zij mede-eigenaar is maar afhankelijk van toestemming van de man voor verhuur. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de stellingen van partijen begrijpelijk heeft geïnterpreteerd en dat de motiveringen toereikend zijn.
Verder is het hof niet onbegrijpelijk tot het oordeel gekomen dat de vrouw niet-ontvankelijk was in haar verzoek tot overlegging van stukken, omdat dit verzoek betrekking had op de afwikkeling van het huwelijksvermogen en niet op alimentatie. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het hofarrest dat partneralimentatie afwijst wegens ontbreken van behoeftigheid wordt bevestigd.