ECLI:NL:PHR:2010:BL7817
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie bij gewijzigde omstandigheden en draagkracht man
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie. De vrouw vorderde een bijdrage in haar levensonderhoud, welke aanvankelijk werd afgewezen wegens het ontbreken van draagkracht bij de man. Na meerdere verzoeken en procedures kende de rechtbank Rotterdam een uitkering tot levensonderhoud toe vanaf juni 2007, welke door het gerechtshof werd bekrachtigd.
De man stelde in hoger beroep en cassatie dat zijn draagkracht onvoldoende was en dat het hof ten onrechte zijn financiële gegevens niet in behandeling had genomen. Het hof oordeelde echter dat het op de man rustte om zijn financiële situatie inzichtelijk te maken en dat hij dit niet voldoende had gedaan. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de cassatieklachten over de motivering en de ingangsdatum van de alimentatie.
De Hoge Raad benadrukte de ruime beoordelingsvrijheid van de feitenrechter bij het vaststellen van alimentatie en de beperkte toetsing in cassatie. Ook werd bevestigd dat de rechter niet verplicht is alle berekeningen te motiveren, mits de beschikking voldoende inzicht geeft in de gebruikte gegevens. Het cassatieberoep werd verworpen omdat geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de alimentatieverplichting van € 2.000 per maand vanaf 1 juni 2007 blijft gehandhaafd.