ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5461
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens langdurig uitblijven beslissing op bezwaar
Verzoekster, van Georgische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen vanwege gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs voor gegronde vrees voor vervolging. Zij maakte bezwaar tegen de afwijzing, maar verweerder onthield schorsende werking aan het bezwaar en besloot niet tot uitstel van uitzetting.
Verzoekster vroeg vervolgens een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen vanwege het langdurig uitblijven van een beslissing op bezwaar en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel. De president van de rechtbank overwoog dat het enkele tijdsverloop in de procedure geen zelfstandig zwaarwegend belang vormt om uitzetting te verbieden.
De inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas leidde tot de conclusie dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij gegronde vrees voor vervolging heeft. De verstrekte documenten en verklaringen waren onvoldoende overtuigend en strookten niet met openbare bronnen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere zwaarwegende belangen en onvoldoende aannemelijkheid van vrees voor vervolging.