ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5489
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Recht op opvang voor asielzoekers met rechtmatig verblijf volgens EVSMB
Verzoekers, van Turkse nationaliteit, hebben op 12 april 2001 een verblijfsvergunning asiel aangevraagd in Nederland. De staatssecretaris van Justitie heeft vervolgens een Dublinclaim ingediend bij de Duitse autoriteiten, die op 14 mei 2001 werd gehonoreerd. Op 15 april 2001 vroegen verzoekers opvang aan bij het COA, welke werd geweigerd op grond van artikel 2a van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997 (Rva 1997).
De president van de rechtbank 's-Gravenhage stelde vast dat het rechtmatig verblijf in Nederland volgens artikel 8, aanhef en onder g, van de Vreemdelingenwet 2000 gelijkgesteld moet worden aan rechtmatig verblijf in de zin van artikel 1 juncto Pro artikel 11 van Pro het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB). De weigering van het COA om opvang te verlenen was daarmee in strijd met het EVSMB.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers recht hebben op opvang op grond van de Wet COA en de Rva 1997 en vernietigde het bestreden besluit van 1 mei 2001. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekers. De uitspraak werd gedaan door president J.J. Catsburg op 18 juni 2001.
Uitkomst: Verzoekers krijgen opvang toegekend door het COA ondanks de gehonoreerde Dublinclaim.