ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9356
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.M.A. Claessens
- C.J. Waterbolk
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf onder EVSMB
Eiser, een Turkse onderdaan, verzocht om bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Hij stelde dat hij rechtmatig in Nederland verbleef op grond van artikel 1b, aanhef en onder 3 van de Vreemdelingenwet (Vw) en dat hij op grond van het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB) gelijkgesteld moest worden met een Nederlander.
Verweerster had de bijstandsuitkering toegekend vanaf de aanvraagdatum 3 februari 2000 tot 25 mei 2000, maar daarna geweigerd wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 1 van de Vw. De rechtbank oordeelde dat het rechtmatig verblijf volgens artikel 1b, aanhef en onder 3, niet gelijkgesteld kan worden met een verblijfsvergunning zoals bedoeld in artikel 11 van Pro het EVSMB.
De rechtbank verwees naar de circulaire van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage die bevestigde dat gedoogd verblijf niet leidt tot gelijkstelling met Nederlanders voor bijstand. De rechtbank concludeerde dat eiser niet beschikte over een verblijfsvergunning zoals bedoeld in het EVSMB en daarom geen aanspraak heeft op bijstand.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering per 25 mei 2000 terecht geweigerd. De rechtbank oordeelde dat het gewijzigde beleid van de Staat niet in strijd is met het EVSMB en dat geen proceskosten worden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering per 25 mei 2000 terecht geweigerd wegens ontbreken van rechtmatig verblijf volgens het EVSMB.