ECLI:NL:GHSGR:2000:AA4822
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In 't Velt-Meijer
- Dupain
- Talman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake recht op bijstand voor vreemdelingen onder Koppelingswet
In deze zaak stond de vraag centraal of vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op hun aanvraag om toelating recht hebben op bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en aanverwante wetten, ondanks de beperkingen van de Koppelingswet.
De vreemdelingen stelden dat de uitsluiting van bijstand in strijd was met het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB), het discriminatieverbod van de Grondwet en internationale verdragen. De rechtbank had de vordering deels toegewezen voor onderdanen van verdragsstaten van het EVSMB.
Het hof oordeelde dat het EVSMB geen directe werking heeft in deze context en dat het begrip 'rechtmatig verblijf' in het verdrag anders moet worden uitgelegd dan in de nationale wetgeving. Het gedoogde verblijf van de vreemdelingen kwalificeert niet als een 'permit' zoals vereist door het EVSMB. Ook de toepassing van het EVSMB op de Ioaw en Ioaz werd verworpen. De vordering werd daarom afgewezen en de vreemdelingen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst de vordering af en veroordeelt A. c.s. in de proceskosten.