ECLI:NL:RBSGR:2001:AE3538
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op vergunning jacht op konijnen op sportvelden
De gemeente Delft heeft bij de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een vergunning aangevraagd voor het jagen op konijnen op sportvelden gedurende de periode van 1 april 2000 tot 1 april 2001. Deze aanvraag werd op 16 maart 2000 afgewezen. De gemeente heeft hiertegen bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de procedure werd op verzoek van de gemeente een voorlopige voorziening getroffen, waardoor zij vanaf 4 augustus 2000 mocht handelen alsof zij de vergunning had. De rechtbank stelt vast dat de vergunningperiode inmiddels is verstreken en dat er geen schade is geleden die het belang van de gemeente zou kunnen onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat de wens van de gemeente om een principiële uitspraak te verkrijgen geen rechtens te beschermen belang vormt. De gemeente kan voor toekomstige perioden opnieuw een vergunning aanvragen. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Delft wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.