ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1465
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op afwijzing vluchtelingenstatus wegens overgangsrecht Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, diende een aanvraag in voor toelating als vluchteling, welke werd afgewezen. Hij verkreeg een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) op grond van de Vreemdelingenwet 1965, die per 1 april 2001 krachtens de Vreemdelingenwet 2000 werd omgezet in een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel (vv-bt asiel).
De rechtbank overwoog dat de Vreemdelingenwet 2000 onmiddellijke werking heeft, waardoor bij vernietiging van de eerdere beslissing een nieuwe beslissing op basis van de Vw 2000 moet worden genomen. Dit betekent dat eiser geen aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel (vv-ot asiel), omdat hij nog geen drie jaar een verblijfsvergunning heeft.
Eiser stelde belang te hebben bij inhoudelijke beoordeling van zijn beroep op grond van het beginsel van rechtsherstel, maar de rechtbank oordeelde dat hij reeds bescherming geniet via de vv-bt asiel en dat er geen concrete schade is aangetoond door het niet verlenen van de vluchtelingenstatus. Ook het argument dat formele rechtskracht hem zou worden tegengeworpen, werd verworpen omdat formele rechtskracht niet absoluut is en uitzonderingen mogelijk zijn.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtens te honoreren belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.