ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6755
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P.M. Meskers
- H.J. Tijselink
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering voorwaardelijke vergunning tot verblijf voor Somalische minderheid
Eiser, afkomstig uit Mogadishu en behorend tot de bevolkingsgroep Reer Hamar, verzocht om een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in Nederland. Verweerder wees dit verzoek af op grond van het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken, waarin werd gesteld dat minderheden zoals de Reer Hamar een veilig vestigingsalternatief hebben in het relatief veilige deel van Somalië, met name Puntland.
Eiser stelde zich op het standpunt dat dit vestigingsalternatief niet toereikend is en overlegde onder meer een notitie van de UNHCR Neurenberg van september 2001. De rechtbank oordeelde dat deze stukken zonder voldoende toelichting waren ingebracht en dat de stellingname van de UNHCR Neurenberg geen nieuwe feiten bevatte die niet reeds in de besluitvorming waren meegewogen.
De rechtbank nam de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de minderhedenproblematiek in Somalië als uitgangspunt en concludeerde dat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die het ontbreken van een vestigingsalternatief aannemelijk maakten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Tenslotte oordeelde de rechtbank dat geen gronden aanwezig waren voor vergoeding van griffierechten of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.