ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6978
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit WAO wegens schending hoorplicht en rechtszekerheid
Eiseres maakte bezwaar tegen een brief van 23 oktober 2000 betreffende de wijze van invordering van een terug te vorderen WAO-uitkering. Verweerder nam het terugvorderingsbesluit pas op 4 april 2001 en verklaarde het bezwaar prematuur. De rechtbank oordeelt dat eiseres mocht aannemen dat het besluit al genomen was, waardoor het bezwaar terecht niet als prematuur had mogen worden aangemerkt.
Verweerder heeft eiseres voorafgaand aan het primaire besluit gehoord, maar niet in de bezwaarfase, wat strijdig is met artikel 7:2 van Pro de Awb. Eiseres is daardoor niet in de gelegenheid gesteld aanvullende bezwaren te formuleren. Ook is onvolledig beslist op het bezwaar, in strijd met artikel 7:9 en Pro 7:11 Awb.
Materieel staat vast dat de terugvordering gebaseerd is op uitbreiding van werkzaamheden en verdiensten die door de werkgever zijn gemeld, maar door verweerder niet adequaat zijn verwerkt. Eiseres mocht vertrouwen op correcte informatievoorziening. De rechtbank beveelt vernietiging van het besluit en heroverweging met inachtneming van het rechtszekerheidsbeginsel en de hoorplicht.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en het rechtszekerheidsbeginsel en verweerder wordt opgedragen het besluit te heroverwegen.