ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2647
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vreemdelingenrechtelijke inbewaringstelling na strafrechtelijke vrijspraak
Eiser is op 18 december 2000 in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld, nadat hij was vrijgesproken in een strafrechtelijke procedure. Hij stelde dat de inbewaringstelling onrechtmatig was, mede omdat de vrijspraak automatisch zou moeten leiden tot het vervallen van de vreemdelingenrechtelijke maatregel.
De rechtbank oordeelt dat een strafrechtelijke vrijspraak niet automatisch betekent dat een vreemdelingenrechtelijke inbewaringstelling onrechtmatig is. Er moet een belangenafweging plaatsvinden binnen het vreemdelingenrecht. Verweerder kon zich op het standpunt stellen dat ondanks de vrijspraak de inbewaringstelling gerechtvaardigd was, mede vanwege het gevaar dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken.
Eisers grieven over het gebruik van informatie uit het strafproces, het opleggen van een lichtere maatregel, en de wijze van behandeling zijn verworpen. De rechtbank acht de inbewaringstelling gerechtvaardigd en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenrechtelijke inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.