ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2824
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Wijziging tenuitvoerlegging bewaring vreemdeling na overschrijding tiendagentermijn in politiecel
Eiser, een vreemdeling van Angolese nationaliteit, werd op 10 oktober 2002 in bewaring gesteld in het kader van zijn uitzetting. De bewaring werd ten uitvoer gelegd in een politiecel te Hoofddorp. Eiser stelde dat zijn bewaring inmiddels langer dan tien dagen, namelijk elf tot twaalf dagen, in een politiecel plaatsvond zonder dat bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigden.
De rechtbank stelde vast dat eiser tijdig was aangemeld bij het Bureau Selectiefunctionarissen (BSF) en dat er kennelijk geen plaats beschikbaar was in een Huis van Bewaring. Verweerder kon geen bijzondere omstandigheden aanvoeren die het verblijf langer dan tien dagen in een politiecel rechtvaardigden. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) en oordeelde dat de tenuitvoerlegging in een politiecel na tien dagen zoveel mogelijk moet worden voorkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en beval per 22 oktober 2002 een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging, zodat de bewaring in een Huis van Bewaring zou worden voortgezet. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van 644 euro, die aan de griffier betaald dienen te worden vanwege de toevoeging aan eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van het voorkomen van langdurig verblijf in een politiecel en bevestigt dat de minister bijzondere omstandigheden moet aantonen om hiervan af te wijken. De rechtbank vond dat de wettelijke vereisten voor inbewaringstelling waren nageleefd en dat er voldoende grond was voor de bewaring, maar dat de wijze van tenuitvoerlegging aangepast moest worden.
Uitkomst: De rechtbank beveelt wijziging van de tenuitvoerlegging van de bewaring naar een Huis van Bewaring na overschrijding van de tiendagentermijn in een politiecel.