ECLI:NL:RVS:2002:AE9037
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van vreemdelingenbewaring in politiecel bij plaatsgebrek
Op 11 juli 2002 is een vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld, waarbij de tenuitvoerlegging aanvankelijk in een politiecel plaatsvond vanwege plaatsgebrek in een huis van bewaring. De rechtbank oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was geworden toen deze langer dan tien dagen in een politiecel werd voortgezet en heeft de bewaring per 23 juli 2002 opgeheven.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat artikel 5.4, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 toestaat dat de tenuitvoerlegging van bewaring in een politiecel kan plaatsvinden zolang elders geen plaats beschikbaar is. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de overschrijding van de termijn van tien dagen automatisch onrechtmatigheid meebrengt.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de bewaring werd opgeheven, bevestigde het overige en stelde dat de rechtbank in plaats van opheffing een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging had moeten bevelen. De minister had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een langere bewaring in een politiecel rechtvaardigen.
De uitspraak benadrukt dat de bewaring niet verder beperkt mag worden dan noodzakelijk en dat de minister verantwoordelijk is voor de beschikbaarheid van plaatsen in inrichtingen. De Afdeling vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bewaring in politiecel langer dan tien dagen is niet automatisch onrechtmatig; de rechtbank had wijziging van tenuitvoerlegging moeten bevelen in plaats van opheffen.