ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7064
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over ingangsdatum verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel
Eiser, een Sierra Loonse nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd gekregen met ingang van 1 juni 2001. Hij stelde dat hem op grond van overgangsrecht en beslistermijnen een vergunning voor onbepaalde tijd had moeten worden verleend en dat de ingangsdatum van de vergunning eerder had moeten zijn, namelijk de datum van zijn aanvraag op 10 februari 2000.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel belang had bij het beroep omdat een eerdere ingangsdatum gevolgen heeft voor het recht op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht geen vergunning voor onbepaalde tijd had verleend, omdat eiser op 1 april 2001 nog geen vluchtelingenstatus of verblijfsvergunning zonder beperkingen had.
Wel stelde de rechtbank vast dat het besluit niet had gemotiveerd waarom geen eerdere ingangsdatum was toegekend, terwijl dit voor eiser belangrijke rechtsgevolgen heeft. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de vergelijkbare vergunning waarop eiser zich beroept het gevolg was van een ambtelijke fout.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de ingangsdatum betrof en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen waarin wordt onderzocht of een eerdere ingangsdatum op grond van artikel 29 Vw Pro 2000 moet worden toegekend. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €344,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over de ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt vernietigd met de opdracht tot hernieuwde besluitvorming.