ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7421
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging ROA-verstrekkingen aan asielzoeker
Verzoeker, een Servische asielzoeker die sinds 1993 in Nederland verblijft, had zijn aanvraag voor toelating als vluchteling en verblijfvergunning afgewezen gekregen. Na diverse procedures en een negatief besluit op bezwaar, werd hij asielrechtelijk uitgeprocedeerd en kreeg hij een last tot uitzetting. In 2002 besloot het college van burgemeester en wethouders van Katwijk de verstrekkingen in het kader van de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA) per direct te beëindigen wegens onvoldoende medewerking aan terugkeer.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening tot voortzetting van de ROA-verstrekkingen. Hij voerde onder meer aan dat de korpschef niet bevoegd zou zijn om hem mee te delen dat hij Nederland moest verlaten, en dat de voorzieningenrechter van de Vreemdelingenkamer bevoegd zou zijn in plaats van de voorzieningenrechter die de zaak behandelde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bevoegdheidsargument niet opging omdat het besluit van het college van burgemeester en wethouders kwam en niet van het COA. Verder stelde hij vast dat niet was gebleken dat de korpschef verzoeker had medegedeeld dat hij Nederland moest verlaten, een vereiste voor beëindiging van de verstrekkingen volgens de overgangsregeling. Daarom was het niet aannemelijk dat het besluit in bezwaar stand zou houden.
Gelet op de belangen van verzoeker werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de gemeente Katwijk verplicht het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de ROA-verstrekkingen is geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar.