ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8166
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verblijfsalternatief voor minderheden in Somalië
Eiseres, behorend tot de Somalische minderheidsgroep Bantu, verzocht om verlenging van haar voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). Verweerder wees dit af op grond van het standpunt dat zij zich in een veilig en toegankelijk deel van Somalië, zoals Somaliland en Puntland, kon vestigen. De rechtbank onderzocht of dit verblijfsalternatief terecht als veilig en toegankelijk werd beschouwd.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom personen die niet oorspronkelijk uit Somaliland zijn, toch aldaar worden toegelaten. Het rapport van het Britse Home Office en een brief van het Somaliland Ministry of Resettlement wezen erop dat deze gebieden niet toegankelijk zijn voor personen buiten de oorspronkelijke clans. Dit vormde een concreet aanknopingspunt voor twijfel aan de juistheid van het ambtsbericht waarop verweerder zich baseerde.
Verder concludeerde de rechtbank dat het beleid van verweerder steunt op bestuurlijke structuren in Somaliland en Puntland die bescherming bieden, terwijl dergelijke structuren ontbreken in andere provincies die als veilig worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat verweerder had moeten onderzoeken of de ambtsberichten volledig en actueel waren en dat het beroep gegrond is wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De beschikking van 17 december 2001 werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.