ECLI:NL:RBSGR:2003:AM3081
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing visum kort verblijf wegens ontbreken hoorplicht
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 26 september 2002 een aanvraag in voor een visum kort verblijf bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Rabat. Verweerder wees dit verzoek op 12 november 2002 af. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar verweerder verklaarde het bezwaar op 12 maart 2003 kennelijk ongegrond zonder eiser te horen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder pas in de bezwaarfase aanvullende informatie opvroeg bij de referent, maar voorafgaand aan het besluit niet om nadere gegevens vroeg. Dit leidde ertoe dat verweerder het bezwaar ten onrechte als kennelijk ongegrond beschouwde en afzag van het horen van eiser, hetgeen in strijd is met artikel 7:3 Awb Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich door deze procedurekeuze zelf de mogelijkheid ontnam om het bezwaar als kennelijk ongegrond te bestempelen, tenzij er bijzondere omstandigheden waren, die hier niet aanwezig waren. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de hoorplicht wordt nageleefd.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het griffierecht. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het visum wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.