ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9066
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring in Uitzetcentrum Rotterdam wegens onbevoegd aanwijzingsbesluit
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 28 november 2003 een zaak waarin eisers bezwaar maakten tegen de wijze van uitvoering van hun vreemdelingenbewaring in het Uitzetcentrum Rotterdam. De kern van het geschil betrof de bevoegdheid van de Minister van Justitie om het perceel Airportbaan 18 te Rotterdam aan te wijzen als ruimte of plaats voor bewaring zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat de Minister van Justitie op 26 juni 2003 niet bevoegd was dit aanwijzingsbesluit te nemen, aangezien de bevoegdheid was overgedragen aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Hierdoor kon het Uitzetcentrum Rotterdam niet als een geldige ruimte of plaats voor bewaring worden beschouwd, en was de tenuitvoerlegging van de bewaring aldaar in strijd met het Vreemdelingenbesluit 2000.
Hoewel de bewaring zelf op goede gronden was opgelegd, was de wijze van tenuitvoerlegging onrechtmatig. De rechtbank zag echter geen grond voor toekenning van schadevergoeding, omdat artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 alleen schadevergoeding regelt bij opheffing van bewaring, niet bij wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging.
De rechtbank wees de verzoeken om schadevergoeding af, verklaarde de beroepen gegrond voor zover het de wijze van tenuitvoerlegging betrof, en veroordeelde de verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eisers.
Uitkomst: De bewaring in het Uitzetcentrum Rotterdam was onrechtmatig wegens onbevoegd aanwijzingsbesluit, verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen.