ECLI:NL:RBSGR:2003:AO0233
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet 2000
Eiser is op 11 november 2002 de toegang tot Nederland geweigerd en direct vrijheidsontnemend vastgehouden op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen de voortzetting van deze maatregel, die telkens ongegrond zijn verklaard.
De kern van het geschil betreft de vraag of de vrijheidsontnemende maatregel na meer dan zes maanden nog gerechtvaardigd is, waarbij de rechtbank oordeelt dat na zes maanden een omslagpunt kan ontstaan. De beoordeling richt zich op de mate van medewerking van eiser aan zijn vertrekplicht, met name het verstrekken van informatie over identiteit, nationaliteit en reisroute.
Eiser stelt dat hij onvoldoende is geïnformeerd over zijn medewerkingsplicht en dat hij door de vrijheidsontneming niet in staat is zijn vertrekplicht na te komen. De rechtbank verwerpt deze grieven en stelt dat eiser zelf concrete pogingen moet doen om zijn vertrek te realiseren. Verweerder heeft voldoende inspanningen geleverd om de terugkeer te faciliteren, onder meer door het organiseren van presentaties bij de autoriteiten van Guinee.
De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de maatregel niet onrechtmatig is en dat het belang van de vreemdeling om in vrijheid gesteld te worden niet zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij voortzetting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.