ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6920
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Somalië
Eisers, een Somalisch gezin behorend tot een minderheidsgroep, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan vanwege hun onveilige situatie in Somalië. Zij stelden dat zij als lid van de Reer Hamar minderheid in Noord-Somalië niet veilig kunnen verblijven en verwezen naar een interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat het slechts ging om een tijdelijke belemmering van uitzetting en dat eisers geen specifiek risico liepen op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat de motivering van verweerder onvoldoende was, mede gelet op recente jurisprudentie en de interim measure die het ontbreken van effectieve bescherming voor minderheden in Noord-Somalië benadrukt.
De rechtbank stelde vast dat eisers geen familie of clanbanden in Noord-Somalië hebben en dat de situatie ter plaatse zodanig is dat terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro kan opleveren. Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot het opnieuw beslissen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en wijst het beroep toe wegens onvoldoende motivering over het risico bij terugkeer naar Noord-Somalië.