ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3961
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- O.L.H.W.I. Korte
- L. van Es
- R.M. Steinhaus
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering verblijfsalternatief Reer Hamar in Somalië
Eiseres, lid van de Reer Hamar clan uit Somalië, verzocht om verlenging van haar verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vw Pro 2000. Verweerder stelde dat zij een verblijfsalternatief had in het relatief veilige Noorden van Somalië, gebaseerd op een ambtsbericht van 24 maart 2004. De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder niet gedragen kon worden door het ambtsbericht, omdat dit onvolledig en onjuist was weergegeven, met name ten aanzien van de situatie van minderheden zoals de Reer Hamar.
Eiseres legde feiten en omstandigheden voor die twijfel opriepen over de juistheid van het ambtsbericht, waaronder rapporten van Vluchtelingenwerk, Artsen zonder Grenzen en Amnesty International, alsmede interim measures van het EHRM. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar deze concrete aanknopingspunten en onvoldoende had gemotiveerd waarom het verblijfsalternatief veilig en toegankelijk zou zijn.
De rechtbank verwierp het beroep van verweerder dat eiseres geen vluchteling was, aangezien het geweld vooral het gevolg was van algemene onveiligheid en willekeurig banditisme. De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit moest herzien met inachtneming van de bevindingen over het verblijfsalternatief. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid omtrent het verblijfsalternatief in het Noorden van Somalië voor een lid van de Reer Hamar.