ECLI:NL:RBSGR:2004:AS4599
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van discretionaire bevoegdheid
Eiser, een vreemdeling uit de voormalige Federale Republiek Joegoslavië, verzocht op 3 september 2003 om een verblijfsvergunning op grond van de Eenmalige Regeling of subsidiair op basis van de discretionaire bevoegdheid van de minister voor schrijnende humanitaire gevallen. De minister wees dit verzoek bij brief van 4 november 2003 af en verklaarde het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de brief van eiser als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb moet worden aangemerkt en de brief van de minister van 4 november 2003 als een besluit waartegen bezwaar mogelijk is. De minister had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en daarmee geen heroverweging van het primaire besluit uitgevoerd. Tevens had de minister onvoldoende gemotiveerd gereageerd op het beroep van eiser dat de beleidsregel van de Eenmalige Regeling in dit geval tot onevenredig nadeel leidt.
Verder concludeerde de rechtbank dat de minister de hoorplicht had geschonden door niet te horen alvorens het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen tien weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister dient binnen tien weken een nieuw besluit te nemen.