ECLI:NL:RBSHE:2006:AY7254
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Wet op het Consumentenkrediet op aandelenleaseovereenkomst
In deze zaak staat de kwalificatie en toepasselijkheid van de Wet op het Consumentenkrediet (Wck) op een aandelenleaseovereenkomst centraal. Dexia en X zijn partijen in een geschil over de vraag of de overeenkomst, bekend als de WinstVerDriedubbelaar, een krediettransactie is die onder de Wck valt. De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst een bijzondere vorm van huurkoop betreft, een vorm van koop op afbetaling, en daarmee een goederenkrediet zou kunnen zijn.
Echter, de kantonrechter concludeert dat de aandelenleaseconstructie niet onder de definitie van goederenkrediet in de Wck valt, noch direct noch via een algemene maatregel van bestuur. Dit oordeel wordt ondersteund door parlementaire geschiedenis en eerdere jurisprudentie, waarbij expliciet is aangegeven dat dergelijke constructies niet onder de Wck vallen. De bescherming van de consument wordt geacht te worden geboden door algemene vermogensrechtelijke leerstukken zoals dwaling, misleiding en conformiteit.
De kantonrechter wijst het beroep van X op nietigheid wegens het ontbreken van een vergunning af, mede gelet op het belang van rechtszekerheid en de maatschappelijke gevolgen van een andere beslissing. Daarnaast wordt vastgesteld dat Dexia de bewijslast draagt omtrent het verstrekken van de brochure aan X, die relevant is voor het beroep op dwaling. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en beoordeling van de overige geschilpunten, waaronder mogelijke schadevergoeding wegens niet-conformiteit.
Uitkomst: De aandelenleaseovereenkomst valt niet onder de Wet op het Consumentenkrediet, waardoor het ontbreken van een vergunning niet leidt tot nietigheid van de overeenkomst.