ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7915
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel en voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens uitleveringsprocedure
Verzoeker, een Amerikaanse staatsburger met een strafrechtelijke veroordeling in de Verenigde Staten, vroeg in april 2005 een verblijfsvergunning asiel aan in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van de Vreemdelingenwet 2000, omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk maakte dat hij als vluchteling kon worden aangemerkt en de politieke motieven voor zijn vertrek uit de Verenigde Staten ongeloofwaardig werden geacht.
Verzoeker vreesde bij terugkeer in de Verenigde Staten een disproportionele en onmenselijke behandeling, mede vanwege een lopende uitleveringsprocedure. De rechtbank oordeelde dat zolang de uitleveringsprocedure aanhangig is, verweerder niet bevoegd is tot uitzetting en dat de afwijzing van de verblijfsvergunning niet automatisch tot uitzetting leidt.
Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning werd ongegrond verklaard, het beroep tegen de uitzettingsbeslissing niet-ontvankelijk omdat daarvoor geen rechtstreeks beroep openstond. De rechtbank stelde een voorlopige voorziening in die uitzetting tot één week na de beslissing op bezwaar verbiedt. Tevens werden proceskosten aan verzoeker toegekend.
Uitkomst: De aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen en uitzetting is voorlopig verboden tot één week na bezwaarbeslissing vanwege lopende uitleveringsprocedure.