ECLI:NL:RVS:2004:AQ5615
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Weigering asielvergunning aan PKK-kopstuk wegens betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven
De zaak betreft het hoger beroep tegen de weigering van een asielvergunning aan een vreemdeling die lid was van het Centraal Comité en de Presidentiële Raad van de PKK. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen op grond van ernstige redenen te veronderstellen dat de vreemdeling betrokken was bij ernstige misdrijven, waaronder oorlogsmisdrijven, zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank had aanvankelijk het besluit vernietigd, maar na terugwijzing verklaarde zij het beroep ongegrond. Zowel de vreemdeling als de minister stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de PKK zich schuldig had gemaakt aan ernstige misdrijven en dat de vreemdeling persoonlijk en bewust had deelgenomen aan deze misdrijven, onder meer door haar leidinggevende rol binnen de PKK.
De Raad van State verwierp de klachten van de vreemdeling over schending van het recht op een eerlijk proces en de toepassing van internationale verdragen zoals Protocol II. Ook werd bevestigd dat de weigering van de verblijfsvergunning terecht was en dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor toelating tot Nederland. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning asiel bevestigd wegens betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven.