ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1488
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing van langdurige vreemdelingenbewaring wegens disproportionaliteit en gebrek aan verwijderingsperspectief
Eiser is op 26 mei 2004 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens ongewenstverklaring en zware criminele antecedenten. De maatregel duurde bij de uitspraak bijna een jaar. Eiser voerde aan dat de bewaring onrechtmatig voortduurt en dat de Staat onvoldoende voortvarendheid betracht bij de uitzetting, mede omdat de Algerijnse autoriteiten geen laissez-passer verstrekken. Verweerder stelde dat de bewaring terecht voortduurt vanwege de antecedenten, het gebruik van aliassen en frustratie van het onderzoek naar identiteit.
De rechtbank overwoog dat de bewaring een conservatief karakter heeft en dat na zes maanden het belang van de vreemdeling om in vrijheid te worden gesteld doorgaans zwaarder weegt dan het belang van de Staat bij voortzetting. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar de omstandigheden van deze zaak rechtvaardigen geen verlenging tot bijna een jaar. Tevens is er geen concreet verwijderingsperspectief omdat de Algerijnse autoriteiten geen laissez-passer verstrekken en de taalanalyse nog niet is afgerond.
Daarom is de voortzetting van de bewaring niet meer redelijk en wordt deze opgeheven. De rechtbank kent geen schadevergoeding toe aan eiser, maar veroordeelt de Staat wel in de proceskosten van €322,-. De uitspraak is gedaan op 19 mei 2005 en staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op wegens disproportionaliteit en gebrek aan verwijderingsperspectief.