ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1829
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering toepassing cessation clause en genderbeleid
Eisers, Afghaanse vluchtelingen die hun land verlieten tijdens het Taliban-regime, vroegen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder wees de aanvragen af, stellende dat de situatie in Afghanistan was veranderd en de vrees voor vervolging was weggevallen, waarbij de cessation clause werd toegepast. Eisers betoogden dat verweerder eerst moest vaststellen of zij vluchteling waren toen zij Afghanistan verlieten, en dat dwingende redenen zoals psychische marteling en gendergerelateerde risico's onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de cessation clause mocht toepassen zonder eerst vast te stellen of eisers destijds vluchteling waren, maar dat verweerder tekort was geschoten in de motivering, met name door niet te toetsen aan het beleid voor verwesterde vrouwen en meisjes in Afghanistan. Ook was onvoldoende ingegaan op de psychische gesteldheid van eisers en de risico's bij terugkeer, zoals vereist onder artikel 3 EVRM Pro.
Verder werd geoordeeld dat verweerder terecht het categoriale beschermingsbeleid voor Afghanistan had beëindigd, maar dat het besluit op andere punten onvoldoende was gemotiveerd. De beroepen werden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning en beveelt een nieuw besluit met betere motivering en toetsing aan het beleid.