ECLI:NL:RBSGR:2005:AU3156
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.B. van Gijn
- J.C. Boeree
- B.A. Jong
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering verblijfsvergunning regulier wegens tijdsverloop onterecht
Eiseressen, Iraakse asielzoekers, maakten bezwaar tegen de weigering van de Minister om hen een verblijfsvergunning regulier te verstrekken op grond van tijdsverloop in de asielprocedure. De Minister had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseressen al een verblijfsvergunning asiel bezaten en er volgens hem geen sprake was van drie jaar relevant tijdsverloop.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het primaire besluit dat geen sprake is van drie jaar relevant tijdsverloop krijgt door het niet aanvechten formele rechtskracht, waardoor een latere beoordeling van aanspraken op een verblijfsvergunning regulier wegens tijdsverloop niet meer mogelijk is. Dit strookt niet met de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de Minister binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer vreemdelingenzaken van de Rechtbank 's-Gravenhage op 31 mei 2005.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van een verblijfsvergunning regulier wegens tijdsverloop is terecht ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.