ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4634
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Verbeek
- G.P. Kleijn
- M. Paulides
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning op grond van eenmalige regeling asielzoekers
Eisers, met Afghaanse en Oekraïense nationaliteit, vorderden een verblijfsvergunning op grond van de eenmalige regeling voor asielzoekers (ER). Verweerder weigerde dit, stellende dat eisers niet voldeden aan de voorwaarden, met name dat zij vóór 27 mei 2003 niet in afwachting mochten zijn van een definitieve beslissing. Eisers voerden aan dat verweerder ten onrechte geen gebruik maakte van de inherente afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 4:84 Awb Pro en dat hun persoonlijke omstandigheden, zoals integratie en medische problemen, onvoldoende werden meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 4:84 Awb Pro geen discretionaire bevoegdheid aan het bestuursorgaan verleent die via beleidsregels kan worden ingevuld, en dat het bestuur gebonden is aan beleidsregels tenzij strikte toepassing leidt tot strijd met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht oordeelde dat de situatie van eisers niet tot afwijking van het beleid leidde. De door eisers aangevoerde schrijnende omstandigheden en integratiebanden werden onvoldoende onderbouwd geacht.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) niet leidde tot een andere uitkomst, omdat dit artikel geen direct toepasbare norm bevat die de weigering onrechtmatig maakt. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van verblijfsvergunningen op grond van de eenmalige regeling asielzoekers worden ongegrond verklaard.