ECLI:NL:RBSGR:2005:AU5764
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen mvv-vereiste en standstill-bepaling in vreemdelingenrecht
Verzoeker, een Turkse zelfstandige banketbakker, vroeg een verblijfsvergunning aan maar werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet dienen van een wezenlijk Nederlands economisch belang. Hij stelde dat het mvv-vereiste sinds het Aanvullend Protocol van 1973 is aangescherpt en dat het beleid strijdig is met de standstill-bepaling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het huidige beleid een beperking inhoudt ten opzichte van het recht zoals dat gold op 1 januari 1973, wat niet is toegestaan volgens artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol. Tevens werd bevestigd dat het beleid omtrent het wezenlijk Nederlands economisch belang niet strenger is dan in 1973, en dat het deskundig oordeel van de minister van Economische Zaken hierover niet is betwist met een nieuw deskundig rapport.
De rechtbank verwierp het betoog dat aanvullend archiefonderzoek noodzakelijk was en stelde dat het rapport van de Archiefschool onvoldoende feiten bevatte om het aannemelijkheidsoordeel te betwisten. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om af te wijken van eerdere uitspraken en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.