ECLI:NL:RBSGR:2005:AV6353
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven en vrijspraak medeplichtigheid aan genocide wegens levering chemische wapens aan Irak
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een zaak tegen verdachte, die in de jaren tachtig chemicaliën leverde aan Irak die werden gebruikt voor de productie van chemische strijdmiddelen, waaronder mosterdgas en zenuwgas. Verdachte werd beschuldigd van medeplichtigheid aan genocide en oorlogsmisdrijven in verband met de grootschalige inzet van deze wapens tegen Koerdische bevolkingsgroepen in Irak en Iran.
De rechtbank oordeelde dat verdachte medeplichtig was aan oorlogsmisdrijven, aangezien hij opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen had verschaft voor de productie van chemische wapens die in strijd waren met het internationaal gewoonterecht en diverse verdragen. Voor het misdrijf genocide was echter vereist dat verdachte daadwerkelijk wetenschap had van het genocidale oogmerk van de pleger. De rechtbank vond dit niet wettig en overtuigend bewezen, mede omdat de leveringen van verdachte plaatsvonden vóór de internationale bekendheid van de genocidale campagne na de aanval op Halabja in maart 1988.
De rechtbank maakte een uitgebreide analyse van de internationale en nationale strafrechtelijke normen, waarbij het internationale recht prevaleert bij internationale misdrijven. De feiten betroffen grootschalige aanvallen en massa-executies gericht op de Koerdische bevolkingsgroep, met gebruik van chemische wapens, en werden gekwalificeerd als oorlogsmisdrijven en genocide. De rechtbank veroordeelde verdachte tot 15 jaar gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven, maar sprak hem vrij van medeplichtigheid aan genocide wegens onvoldoende bewijs van wetenschap over het genocidale oogmerk.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven en vrijgesproken van medeplichtigheid aan genocide.