ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8582
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongebruikelijke terbeschikkingstelling aan bloedverwant in rechte lijn bij verhuur, verpachting en kredietverstrekking
Eiser, eigenaar van een woning, bedrijfsgebouwen en landbouwgrond, verhuurde en verpachtte deze aan zijn zoon, aan wie hij tevens een rekening-courantkrediet verstrekte. De zoon gebruikte deze onroerende zaken voor zijn onderneming, die structureel verlieslijdend was. De vraag was of deze transacties als een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling aan een bloedverwant in de rechte lijn moesten worden aangemerkt.
De rechtbank onderzocht het gebruikelijkheidscriterium zoals bedoeld in artikel 3.91, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001. Hierbij werd gekeken naar de aard van de overeenkomst, de condities waaronder deze plaatsvond en de specifieke ouder-kindrelatie. Hoewel de transacties op zich niet ongebruikelijk waren, waren de condities waaronder deze plaatsvonden niet normaal en zakelijk. Zo was de huur, pacht en rente lager dan marktconform, afhankelijk van het bedrijfsresultaat van de zoon en zonder opslag voor het risico van de geldschieter.
De rechtbank concludeerde dat de terbeschikkingstelling ongebruikelijk was en vernietigde het bestreden besluit van verweerder. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €6.017. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag wegens een maatschappelijk ongebruikelijke terbeschikkingstelling aan de zoon.