ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0447
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel wegens verbeurde dwangsommen illegale kamerverhuur
Het echtpaar A. verhuurde een benedenwoning in Den Haag illegaal aan drie kamerhuurders, wat in strijd was met de Huisvestingswet en gemeentelijke verordeningen. De gemeente Den Haag legde een dwangsombeschikking op met een dwangsom van €25.000 om de illegale situatie vóór 22 mei 2006 te beëindigen. Hoewel het echtpaar pogingen deed om aan de eisen te voldoen, was de situatie op de controledatum nog niet volledig opgeheven.
De gemeente stuurde een dwangbevel tot incasso van de dwangsom, waarop het echtpaar verzet instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de dwangsombeschikking onherroepelijk was geworden vanwege het uitblijven van bezwaar, maar dat de volledige inning van de dwangsom in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar was. Het echtpaar had redelijkerwijs bijna alles gedaan om aan de eisen te voldoen en was te beschouwen als first offenders.
De rechtbank matigde daarom de dwangsom tot €12.500, vermeerderd met wettelijke rente en explootkosten, en stelde het dwangbevel buiten werking voor het meerdere. De proceskosten werden gecompenseerd omdat beide partijen op belangrijke punten ongelijk kregen. Het vonnis werd gewezen door mr. H. Wien op 13 juni 2007.
Uitkomst: Dwangbevel deels buiten werking gesteld en dwangsom gematigd tot €12.500 met rente en kosten.